• Lex Janssen

Misschien het begin van een soort boek of zo

Bijgewerkt: 1 dec 2017

Matteo koos zijn slachtoffer op Fiumicino. Zijn keuze was in zoverre willekeurig dat hij evengoed naar een station had kunnen gaan of naar Ciampino of het Pantheon. Het zou niet hebben uitgemaakt, want ook daar zou hij het type hebben getroffen dat hij zocht en dat hij nu had gevonden in Lorenz Duijker: wat schuchter, onwennig. Hangende schouders, een wat sloffende tred, in elk geval allesbehalve een ervaren reiziger. Een man alleen op vakantie, een beginnende vertegenwoordiger, zoiets, die met een vroege vlucht uit Amsterdam was meegekomen en die nu door Matteo werd gadegeslagen, terwijl hij zich tussen twee wachtenden door naar de transportband wrong en een bruinleren koffer uit de stapel viste.

Hij tilde zijn koffer op een balie, borg zijn krant op, sloeg zijn jasje om zijn arm en liep de aankomsthal in. De vlucht was meegevallen. Hij had wel wat last gehad van duizelingen bij het opstijgen, maar verder had hij geen noemenswaardig ongemak ondervonden.

Hij was geen held in een vliegtuig – nooit geweest ook. Gedienstige stewardessen (luchthuppeltrutten, zegt Donna) ten spijt, voelde hij altijd een lichte beklemming – niet echt angst, maar wel een lichte beklemming – als hij zich temidden van nog een paar honderd anderen op zo’n krap stoeltje moest wurmen, voor zes benen langs. Hij zat niet op zijn gemak en kon ook nooit slapen. Doorlopend staarde hij naar de vleugel of naar het klepje waarachter het zuurstofmasker schuilging en waarachter het fluks vandaan zou floepen als de nood aan de man kwam, om in elk geval hèm redding te brengen, waarna hij opgelucht zijn verhaal zou kunnen doen voor de verzamelde pers.

Een neonbordje ‘Ristorante’ lichtte fletsblauw op. Aan het zelfbedieningsbuffet bestelde hij een cappuccino en een soort van omelet en zocht een tafeltje bij het raam. Hij at langzaam en overdacht zijn plannen voor de dag.

Hij zou een taxi nemen en inchecken in zijn luxueuze, centraal gelegen viersterrenhotel, gevestigd in een 17de-eeuws palazzo met bad, douche en balkon, op loopafstand van het Colosseum, en zich klokke twaalf melden bij de inkoopmanager. Doen wat hij moest doen tot een uur of drie en dan naar zijn hotel. Douchen en de stad in, naar huis bellen om te informeren naar Donna’s sollicitatiegesprek en vanavond naar de uitvoering van Aïda in de Thermen van Caracalla. Het zag er goed uit allemaal.

Een tweede cappuccino, het liep tegen tienen.

Hij zag de julihitte zich als warme, kneedbare folie plooien over de luchthaven. Kleurig getekende, glanzende kevers kropen werktuiglijk over hun strak geasfalteerde belijnde parcours, namen een aanloop en kozen het luchtruim. Slurven spreidden zich traag over het platform als landerige spinnenpoten met autonome zuigmonden, die de vliegende insecten leegzogen of injecteerden met krioelend volk.

Zweterige toeristen op sandalen verdrongen zich met weekendtassen behangen aan de spuitgegoten zitjes voor vier.

Lex Janssen Woord en Beeld

Valkenswaard

lex.janssen@upcmail.nl

(+31) 6 39 26 93 67